laad indicatie
 
laad indicatie

Pauline's brief: “Omkeren, bliksem! Ik moet maaien!”

Lieve Esther en Femke,

Terwijl ik dit schrijf, zit ik op een gammele klapstoel voor een tentje en ben ik wegens gebrek aan internetmogelijkheden op deze camping niet in staat om de laatste brief van Femke te lezen. Mocht jij, Femke, daarin dus prangende vragen aangeboord hebben die ik vervolgens volkomen lijk te negeren, weten jullie nu hoe dat komt: ik bevind mij bij wijze van zomervakantie in een van de virtuele beschaving afgesneden stukje natuur. Samen met mijn dochter. Zoals ik ook altijd al deed vóórdat ik Jan leerde kennen.

Leuk om te zien Esther, die in Engeland genomen foto’s bij jouw vorige brief. Herkenbaar ook, dat schuldgevoel. Al weet ik nog zo zeker dat mijn boer liever zónder ons thuis zit dan mét ons in een tentje. Hij heeft het namelijk eens geprobeerd: kamperen. Dat was in de zomer van 2009, midden in de periode dat ons huis werd verbouwd. Al kampeerden we toen al min of meer op het erf in een tot woonunit omgebouwde zeecontainer, begon het zwerversbloed toch weer te kriebelen. Nadat ik samen met Emma onze tent in het weiland opgezet had om te checken of alles nog wel compleet en waterdicht was, was Jan er met een stoel in gaan zitten, had goedkeurend om zich heen gekeken en gezegd dat het hem misschien toch ook wel wat leek, zo’n vakantie. En dus regelden we een melker zodat we met ons drietjes konden gaan. Tien dagen. Tien dagen kamperen in Zuid-Frankrijk. Het werden er uiteindelijk vier.

Heenreis

De reis naar Zuid-Frankrijk verliep uitstekend. Jan, die tot dan toe nog nooit op vakantie was geweest, keek onderweg zijn ogen uit. Halverwege sliepen we in een motelletje langs de snelweg, om de volgende dag koers te zetten naar het uiteindelijke reisdoel: een camping nabij het stadje Buis-de-Baronnies in hartje Provence. Voor vertrek hadden we ergens een anekdote opgepikt over een Friese veeboer die zich lang, lang geleden had laten overhalen om met een reisgezelschap per bus mee te gaan naar Parijs. De slechte weersvoorspellingen thuis waren daarbij doorslaggevend geweest: het zou nog zeker twee weken te nat zijn om te kunnen kuilen. Hij ging dus mee. Maar ergens ter hoogte van Lille brak de zon door de wolken en werd het plotseling prachtig weer. De arme veeboer keek naar de lucht, sprong overeind, trok aan de noodrem en riep zijn inmiddels legendarische woorden uit: “Omkeren, bliksem! Ik moet maaien!”

Bij elke zonnestraal herhaalden we dat lachend tegen elkaar, en bij iedere kudde grazende koeien die we in het voorbijrazende landschap ontwaarden, maakten we er ‘Omkeren, bliksem, ik moet melken!” van. Ach meiden, het was een heerlijke heenreis. Misschien wel mijn mooiste ooit. Totdat… nou ja, totdat we de brede péage verlieten en de Route National richting Nyons opreden. Al na de eerste bocht greep Jan zich met beide handen vast aan het portier. Zo’n steile, met haarspeldbochten bezaaide bergpas bleek iets te veel voor deze standvastige Fries uit de Makkumermar, waar het viaduct bij Schettens zo’n beetje het hoogste punt in de wijde omtrek is.

Wat de boer niet kent..

Eenmaal op de camping aangekomen, werd het niet veel beter.  Zo vrij als wij ons voelden, zo opgesloten en beperkt voelde het voor Jan. Het geroezemoes en gesnurk uit de andere tenten om je heen. Het met een wc-rol onder je arm naar een toiletgebouw moeten lopen. En het ergste van alles: het slapen op een luchtbed. Nog steeds vind ik het ontzettend lief en dapper dat hij zich ervoor had opengesteld. Maar na een dag of drie was het wel duidelijk dat we gewoon beter naar huis konden gaan. Op de terugweg kon Jan zich gelukkig weer wat ontspannen en hebben we zelfs expres omgereden via Grenoble, om – op afstand uiteraard – nog een blik op een paar échte bergen te werpen. En afgesproken dat Emma en ik voortaan wel met ons tweetjes zouden kamperen.

Wij vinden het heerlijk. Of het nu in Portugal, Denemarken, België of op een camping in Groningen is. Als we er maar even helemaal uit kunnen zijn.  En eigenlijk is het ‘t enige van ons ‘oude’ leven waar we nog aan vasthouden. Voor zolang als het duurt. Emma is al 15 geworden deze zomer. Nog twee of drie jaar, en dan gaat ze alleen of met haar vriendinnen weg, in plaats van met haar moeder.

Niet dat ik dan nooit meer op vakantie zal gaan, want Jan is er gelukkig toch wel van gaan houden. We gaan ook wel eens samen of met z’n drietjes op pad. Maar… alleen als we in een huisje of hotel overnachten. En niet al te lang. Want ja, er moet wel iemand op de boerderij komen melken als Jan er niet is.  En bij voorkeur trouwens ook in de winter, of heel vroeg in het voorjaar. Het valt immers niet te voorspellen, ‘s zomers. Wanneer er wel of niet gemaaid kan worden. Zul je zien, ben je net halverwege, breekt de zon door. En dan kun je dus als de bliksem weer terug.

Heel veel zonnige groetjes,

Pauline

JavaScript staat waarschijnlijk uit!

Deze website maakt gebruik van JavvScript, onder andere voor het afspelen van video’s. Het lijkt erop dat JavaScript uit staat, waardoor de site niet optimaal werkt.

Lees hier hoe je JavaScript aan kunt zetten.